Opticlimate Handleiding & Gebruiksaanwijzing

 

Hier vind u de gebruiksaanwijzing en de handleiding voor de Opticlimate, compleet zoals u deze ook aangeleverd krijgt bij de aanschaf van een Opticlimate. Komt u er nog niet uit met deze gebruiksaanwijzing en handleiding van de Opticlimate dan kunt u ons ook altijd bellen voor advies en aansluithulp.

 

Download het PDF-bestand voor de Gebruiksaanwijzing Optilcimate hier.

 

 

 

Opticlimate Gebruiksaanwijzing Plaatje 1

 

Installatie


Montage


Om een goede aanzuiging van de lucht te garanderen moet tussen de achterzijde van de unit (waar de koolstof- /stoffilter en de luchtinlaat zich bevinden) en de muur een afstand van minimaal 15 cm worden aangehouden. Wij adviseren echter om tenminste 30 cm vrij te houden omdat dit de toegang tot het compartiment vergemakkelijkt. De afstand tussen de bovenkant van de unit en het plafond dient minimaal 10 cm te zijn. Ook hier hebben grotere afstanden de voorkeur. Ook moet de unit moet vrij van de wanden staan om contact geluiden tegen te gaan.

 

Opticlimate Gebruiksaanwijzing Plaatje 2

 

De unit dient dusdanig gemonteerd te worden dat de zijde van de condensatie afvoer tenminste 1 cm lager is (afschot) dan de andere zijde, om er zeker van te zijn dat het condensatie water goed wegstroomt. In de praktijk zijn verhogingen van 1 cm op alle hoeken behalve de hoek van het elektrische compartiment precies goed voor een
correcte afloop. Het gebruik van een waterpas wordt hierbij aangeraden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 3

 

Indien de unit op een vaste ondergrond komt te staan wordt, om contact geluiden te voorkomen, aanbevolen de unit op rubberen dempers te plaatsen. Indien de unit wordt opgehangen adviseren wij om onder de dempers een houten balk te plaatsen. Deze balk kan dan weer met draadeinden aan het plafond worden vastgemaakt.
Voor ruimten waar het extra stil moet zijn, zijn speciale isolator veren te leveren.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 4

Door de isolatorveren aan de lucht aanzuig en uitblaas-kant 15 cm van de zijkant te plaatsen zal de unit automatisch afschot hebben en is er een betere gewichtsverdeling.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 5

 

Elektrische aansluitingen


Om de diverse elektrische aansluitingen te maken, moet eerst het paneel links naast de koolstoffilter/luchtinlaat verwijderd worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 6

 

Bijgeleverd zijn een waterklep, waterlekkage sensor, hygrostaat en ruimtetemperatuursensor. De kabels hiervan kunnen door een uitsparing in het deksel van het elektrisch compartiment geleid worden. De aansluitingen hoeven niet losgemaakt te worden van de aansluitstrip.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 7

 

Elektrische waterklep


De stekker van de waterklep dient met de zwarte bijgeleverde kabel aangesloten te worden (zie onderstaande afbeelding).

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 8

 

Aansluiting waterklep


Nadat de zwarte kabel op de stekker voor de magneetklep is aangesloten, dient de andere kant door de doorvoerrubber aan de zijkant van de unit gevoerd te worden. De 2 aansluitingen dienen dan op de daarvoor bestemde klemmen op de klemmenstrook aangesloten te worden, nl. klem N en klem 7. Waterlekkagesensor In het elektrische compartiment ligt een losse witte draad van 5 meter, dit is de waterlekkagesensor. Deze sensor dient door de uitsparing naar buiten gevoerd te worden en op het laagste punt op de grond geplaatst te worden. Het einde van de sensor kabel kan met een kroonsteen verdeeld worden over meerdere draden zodat er op meerdere punten tegen een lekkage beveiligd wordt. Als er een zwart dopje op de sensor zit dient deze er te worden afgeknipt en de draadjes dienen 5mm gestript te worden. De andere zijde dient aangesloten te worden op het witte stekkertje op de printplaat zoals op de afbeelding hieronder. Bij een waterlekkage zal de watertoevoer middels de elektrische klep in de waterleiding onmiddellijk gestopt worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 9

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 10

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 11

Let op de kleurcodering op zowel de printplaat als de afstandsbediening


Alarmuitgang


Op de printplaat zit een alarmuitgang, deze wordt geactiveerd (maakt contact) wanneer er een storing (error) is. Deze uitgang kan op een GSM melder of alarm worden aangesloten. De uitgang kan op NO of NC ingesteld worden middels het instellingen menu. Dit betekent dat het contact geopend of gesloten wordt bij een melding. Zie hiervoor de handleiding van de gsm-melder of alarm.

 

Hygrostaat


Aan de bijgeleverde hygrostaat is een kabel aangesloten. Deze kabel dient alleen door de uitsparing geleid te worden en aangesloten te worden op de klemmen 12 en 14 op de klemmenstrook (vanaf J-serie met lichtsensor aansluiting 14, 12 en 18). De hygrostaat moet worden opgehangen in de ruimte en mag niet afgedekt worden.


Temperatuursensor


In het compartiment ligt ook de temperatuursensor. Deze is aangesloten op de printplaat. De sensor dient door de uitsparing naar buiten gebracht te worden en ter hoogte van de bovenkant van het gewas gehangen te worden. De sensor moet beschermd worden tegen warmtestraling maar mag niet in de schaduw. Een afdekkapje over de sensor is voldoende.


De afstandbediening


De afstandsbediening, die ook in het compartiment ligt, kan opgehangen worden in de ruimte maar ook elders. De unit kan dus ook buiten de ruimte bediend worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 12

De afstandsbediening


Voedingskabels


Er zijn 4 verschillende modellen. Voor uw veiligheid en de veiligheid van uw unit dienen, bij het aansluiten van de stroomtoevoer, de volgende voorgeschreven zekeringautomaten en kabeldiktes in acht genomen te worden:


3500pro2 1 fase aansluiting 3 x 2,5m2 + D16F automaat


6000pro2 1 fase aansluiting is 3 x 4mm2 + D20-1f automaat of 3 fasen is 5 x 2,5mm2 + C16-3f automaat


10000pro2 1 fase aansluiting is 3 x 4mm2 + D25-1f automaat of 3 fasen is 5 x 2,5mm2 + D16-3f automaat


15000pro2 3 fasen is 5 x 4mm2 + D20-3f automaat


De kabels voor de voedingsspanning dienen door het doorvoerrubber geleid te worden en aan de linkerkant van de klemmenstrook te worden aangesloten, zoals beschreven in het aansluitschema.


Temperatuurbeveiliging


Met deze beveiliging kunnen de verwarmingsbronnen worden uitgeschakeld wanneer de temperatuur in de ruimte te hoog oploopt door een defect of externe oorzaak. De stuurstroomdraad die tussen de klok en het relais van het schakelbord zit wordt onderbroken en aangesloten op de klemmen 15 en 16 op de klemmenstrook. Zie aansluitschema.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 13

                        Aansluitschema voor de 15000pro2 400V (Alleen 3 fasen)


Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 14

Aansluitingen koelwater aan- en afvoer


De unit heeft een water in- en uitgang. De ingang komt op een tappunt, tussen het tappunt en de ingang moet een magneetklep komen (controleer altijd het stroomrichtingspijltje van de klep!). De magneetklep moet zo dicht mogelijk bij het tappunt geplaatst worden omdat dit het waterslot is. Bij een waterlekkage zal de magneetklep automatisch sluiten. Zorg er voor dat de zwarte magneet spoel van de waterklep altijd naar boven (voorkeur) of naar de zijkant gericht staat. Indien deze naar beneden gericht staat kan er condensatiewater van de klep in de spoel terecht komen. Zorg dat de magneetklep op een vast punt komt waar de gebruiker altijd bij kan.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 15

 

Magneetklep toevoerwater


In de water ingang van de 3500pro en de 6000pro dient een zeefje geplaatst te worden.Dit zeefje zorgt ervoor dat er geen verstopping kan optreden in het apparaat. Nadat het zeefje is geplaatst kan de tyleen koppeling worden geplaatst, het zeefje zit nu vast op zijn plek. De water uitgang kan direct aangesloten worden op de afvoer (riool) of dit warme water kan gebruikt worden voor verwarmingsdoeleinden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 16

 

Plaatsing zeefje


Let op: Gebruik alleen vaste leidingen van koper of tyleen en zet deze goed vast met klemmen op de muur. Zorg dat het tyleen nooit onder spanning staat. Zorg dat de magneetklep altijd vast komt te zitten op de muur of een ander vast punt. Gebruik nooit een tuinslang. Wanneer alle tyleen verbindingen zijn gecontroleerd op lekken en de unit werkt naar behoren, moeten alle knelkoppelingen met lijm worden vastgelijmd. Dit doet u door de blauwe knelmoer los te draaien en op het schroefdraad wat lijm te smeren en dan de blauwe knelmoer weer vast te draaien op de lijm. De koppelingen kunnen nu nooit meer los trillen. Mocht het nodig zijn de koppelingen los te maken kan dit met 2 waterpomptangen. Voor alle units is 15 mm koper of 16 mm tyleen voldoende. Om condensvorming op de water toevoerleiding te voorkomen kan deze geïsoleerd worden met isolatiebuis. Wanneer er meer dan 15 kW gekoeld moet worden (meerdere units) moet de hoofdleiding 20 of 25 mm tyleen of 22 mm koperbuis zijn. Als er een hoge druk op de toevoerleiding staat kan er met 15 mm koperbuis tot 30 kW gekoeld worden. Alle soorten koelwater (tapwater, bron, vijver of zwembad) kunnen worden gebruikt om te koelen, echter is tapwater gewenst daar dit niet afhankelijk is van extra elektrische pompen. Bij bronwater willen vaak klei en ijzer deeltjes zich afzetten tegen de binnenwand van de warmtewisselaar waardoor de unit op een gegeven moment minder tot helemaal niet meer koelt. Er kan voor bronwater een filter worden geplaatst maar deze zijn onderhoudsgevoelig. Een normale 22 mm tapwater aansluiting heeft voldoende capaciteit om continu 45-60 kW aan koelunits te koelen. Dit zijn 3 of 4 15000pro2 units. Voor grotere installaties waarbij er problemen zijn met de water aan- en afvoer hebben wij ook passende oplossingen. Neem hiervoor contact op met de technische dienst.

 

Condensatie waterafvoer


Tijdens het koelen ontvochtigt de unit ook de lucht, het vocht wat uit de lucht wordt onttrokken komt uit de condensatie afvoer. De condensatie afvoer wordt aangesloten op een stevige tuinslang of leiding die niet makkelijk dubbel knikt. Het condensatie water druppelt uit de slang en kan worden aangesloten op de afvoer.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 17

                                         

                      Condenswater aansluiting


De condenswater afvoerleiding mag geen lussen hebben en mag niet onder water in een vat geplaatst worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 18

 

Wanneer de unit gelijk of lager is geplaatst dan de afvoer of het riool, kan het water worden opgevangen door een condensatie opvoerpomp. Deze kleine opvoerpomp pompt het water tot 4 meter hoogte door een slangetje van 9-12 mm naar de afvoer. Er zijn ook sterkere pompen beschikbaar.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 19

                 Condenswaterafvoer pompje

Ook de afvoer naar het pompje mag niet onder water liggen en er mogen geen lussen in de leiding zitten.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 20

 

De unit is nu geïnstalleerd, er kan begonnen worden met inregelen en afstellen. Gebruik hiervoor de gebruiksaanwijzing.


Gebruiksaanwijzing


In gebruik name


Koelcapaciteit inregelen
(alleen t/m de J-serie, vanaf de K-serie is de koelcapaciteit standaard al ingesteld)


Wanneer de unit voor de eerste keer wordt gebruikt moet de capaciteit ingeregeld worden. De afstandsbediening wordt op de koelstand gezet en de temperatuur wordt ingesteld op 16℃ . Nu zal, als de ruimte temperatuur hoger is dan 16℃, de magneetklep opengaan (het kraantje en het compressor symbool wordt rechts onder in het scherm van de afstandsbediening zichtbaar) en gaat de unit koelen.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 21

                          Display van de afstandsbediening


Nu is het van belang dat u de manometer in de gaten houdt, deze mag niet te snel stijgen. Indien deze te snel stijgt stroomt er waarschijnlijk geen water door het apparaat, zet in dit geval het apparaat direct uit en zoek naar de oorzaak van het probleem (hoofdkraan dicht, magneetklep verkeerd aangesloten enz). Als de manometer langzaam
stijgt, stroomt er water door het apparaat en kunt u beginnen met afstellen.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 22

De wijzer op de manometer moet op ongeveer 1,6MPa staan


Het is de bedoeling dat de wijzer van de manometer iets voor het midden, op ongeveer 1,6MPa (rode schaal verdeling) van het venster komt te staan. Dit doet u door aan de instelschroef van de capaciteitscontrole te draaien, deze bevindt zich op de voorzijde van het apparaat onder de sticker met 'Cooling Capacity Control'. Draai de inregelschroef bij ingebruikname zover naar links te draaien (10/15 slagen) tot de druk op de manometer 1,6Mpa aangeeft. Door de schroef naar links te draaien loopt de druk op en neemt de koelcapaciteit af. Door de schroef naar rechts te draaien zal de druk afnemen en de koelcapaciteit toenemen. Het is raadzaam om dit te doen wanneer er warmtebronnen in de ruimte staan zodat de unit niet steeds afslaat omdat het koeler wordt dan 16℃.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 23

De 1,6MPa is een gemiddelde instelling, het zou kunnen dat in uw specifieke toepassing iets meer of minder koelcapaciteit gewenst is. De maximale koelcapaciteit is bij 1,3MPa en de minimale bij 2,0MPa. Bij een hogere koelcapaciteit zal de unit meer water verbruiken dan bij een lagere koelcapaciteit.

 

De werking


Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 24

1) Aan/ Uit toets【On/Off】
Met de 【On/Off】toets wordt de unit in- en uitgeschakeld. Als de unit aan staat brandt het ledje groen. Als de unit uit staat brandt het ledje rood. Bij een storing knippert het ledje rood/groen.

 

2) Modus toets【M】
Door op de modus toets te drukken wisselt u tussen de dag modus (koelen) en de nacht modus (verwarmen/ontvochtigen). In de dag modus brandt in het display een sneeuwvlokje en in de nacht modus een zonnetje met waterdruppels.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 25Nachtmodus


In de modus functie kunnen de temperaturen ingesteld worden voor de dag en nacht (dit kan later nog veranderd worden).


3) Fan snelheid toets【Fn】

Deze wordt gebruikt voor het selecteren van de lucht snelheid van de fan, de volgorde is: automatisch =  laag =  = medium  hoog =  . 

De snelheid verandert als er op de Fn toets gedrukt wordt.

Als er voor de automatische ventilatie stand wordt gekozen, zal de unit harder of zachter gaan ventileren afhankelijk van de koeling behoefte.


4) Temperatuur Instelling
De temperatuur kan ingesteld worden van 16℃ tot 34℃. Wanneer de ▲ of ▼ toets wordt ingedrukt, wordt de ingestelde temperatuur SET TEMP weergegeven op het display, als hier nogmaals op wordt gedrukt, kan de gewenste temperatuur ingesteld worden. Na 3 sec wordt de instelling opgeslagen. Met de modus toets【M】wordt er gewisseld tussen de dag- en nachttemperatuur.


4B) Automatische Lichtcel modus
Vanaf de J-serie zit in de hygrostaat een lichtcel. Deze registreert dat het licht brandt waardoor de timer niet ingesteld hoeft te worden. Met de 【M】toets hoeven alleen de dag- en nachttemperaturen ingesteld te worden. De rest gaat vanzelf. 

Als men de unit toch handmatig wil instellen, kan de lichtcel uitgeschakeld worden en werkt de unit handmatig. Door de【M】toets 3 seconden in te drukken wisselt de modus tussen lichtcel en handmatig. Door weer 3 seconden de M toets in te drukken gaat de modus weer terug naar de lichtcel modus. Als de lichtcel geactiveerd is, is een A in het display te zien.


Let op: De externe hygrostaat moet wel aangesloten zijn op de klemmenstrook in het elektrische compartiment (aansluiting 12, 14 en 18) anders blijft de unit in de nachtstand omdat er geen licht gedetecteerd wordt.

 

5) Tijd Instelling toets 【T】
Druk eenmaal op de【T】toets om de uren te selecteren, en druk nu op de ▲ of ▼ toets om de uren te wijzigen. Druk nogmaals op de【T】toets om de minuten te selecteren, en druk nu op de ▲ of ▼ toets om de minuten te wijzigen. Druk nu op de【R】toets om de ingaven te bevestigen.


6) Timer Instelling (DAG / NACHT programma)
Met deze functie kan het DAG / NACHT programma ingesteld worden. Dit programma start elke dag opnieuw, ongeacht welke dag het is. Als de timer is ingesteld, is op het display bij de tijd het klok symbool te zien. 


Druk op de【T】toets voor 2 sec, wanneer "---", ON zichtbaar is kan de timer instelling gewijzigd worden. Door op ▲ of op ▼ te drukken kunnen de uren van de ON tijd ingesteld worden. Door nogmaals op【T】te drukken kunnen de minuten ingesteld worden. De ON tijd is de tijd dat de unit gaat koelen.
Als er weer op【T】gedrukt wordt, kan de OFF tijd ingesteld worden. De OFF tijd is de tijd dat de unit gaat verwarmen/ontvochtigen.
Indien er nog geen timer is ingesteld zal het display "--:--" weergeven, of anders de tijd die al is ingesteld. De tijd kan ingesteld worden van 12:00 AM tot 11:59 PM. 


De timer werkt op basis van de Amerikaanse tijd (AM/PM):

0:00hr = 12:00 AM
1:00hr = 1:00 AM
2:00hr = 2:00 AM
--->
11:00hr = 11:00 AM
12:00hr = 12:00 PM
13:00hr = 1:00 PM
14:00hr = 2:00 PM
--->
23:00hr = 11:00 PM
0:00hr = 12:00 AM


Om de timer instellingen te wissen drukt u 2 sec op de【T】toets en vervolgens op de【R】toets.

Het display zal "--:--" weergeven.


AFSLUITEN: Druk 3 maal op de【T】toets of wacht 10 sec om af te sluiten.


De instellingen van de huidige tijd en de timer instellingen dienen synchroon te lopen
met de tijden op het schakelbord.


7) Gebruik van de hygrostaat voor ontvochtigen in de nacht
De hygrostaat kan worden ingesteld op de gewenste maximale luchtvochtigheid voor de nacht. Als de NACHT modus actief is en de hygrostaat geeft aan dat de unit moet ontvochtigen gaat het druppel symbool knipperen. Tijdens het ontvochtigen wordt er ook water gebruikt.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 31 Hygrostaat


 

8) Uitlees functie voor de temperatuur sensoren
Druk op de【S】toets en de sensor temperaturen worden weergegeven. Het nummer en de temperatuur van de sensoren wordt weergegeven op de plaats van de klok. Door op de ▲ en ▼ toetsen te drukken, kunnen gebruikers kiezen om de verschillende sensoren uit te lezen.


AFSLUITEN: Druk op de【S】toets om af te sluiten of wacht 60s om automatisch af te sluiten.


C:01=Temperatuur koelblok
C:02=Temperatuur afvoerwater
C:03=Temperatuur ruimte 2 (alleen bij Dual room configuratie)


9) Uitlees functie voor de error codes
Als de Aan/Uit LED groen/rood knippert is er een storing. De actuele error code zal weergegeven worden met E:XX. Als het probleem zichzelf oplost verdwijnt de error. Onder in de display van afstandbediening zit de error log (alarm geschiedenis). Als er een error is geweest zal de error continu onder in het display zichtbaar zijn zelfs wanneer de error is opgelost. Op deze manier kan een opkomende storing of foutieve afstelling vroegtijdig worden opgemerkt en verholpen worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 32

                                                                    Error codes

10) Water lekkage beveiliging
Als er water op de grond komt (door bijv een verkeerd gemonteerde koppeling of verstopte riolering) en dit contact maakt met de waterlekkage sensor (de witte platte draad met aan het einde 2 blanke draadjes) stopt de unit met koelen en sluit de magneetklep onmiddellijk af. Pas als de lekkage is verholpen en de storing is gereset
door de【On/Off】toets in te drukken, gaat de unit weer naar normaal bedrijf.

 

11) Alarm uitgang
Op de printplaat zit een alarm uitgang (pag. 13) welke contact maakt bij een alarm of error. Op dit contact kan een alarm systeem of SMS (GSM) melder aangesloten worden.


12) Compressor actief stand
Als de compressor draait, wordt het compressor symbool rechts onder op het display weergegeven, bij uitschakelen verdwijnt deze.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 33De compressor werkt alleen in de dag-periode als de ingestelde temperatuur overschreden wordt en in de nacht-periode als de ingestelde relatieve luchtvochtigheid overschreden wordt.


13) Verwarmingselementen actief stand
Als de verwarmingselementen worden ingeschakeld wordt het hete lucht symbool rechts onder op het display weergegeven, bij uitschakelen verdwijnt deze.

De verwarmingselementen werken alleen in de nacht-periode als de temperatuur onder de ingestelde waarde komt.



Instellingen (Setup)


In dit menu kunt u bepaalde instellingen wijzigen en de verwarming, de temperatuurbeveiliging, het auto herstarten en de hysterese instellen. Door de【S】toets langer dan 6 sec ingedrukt te houden komt u in het instellingenmenu.
Er verschijnt een hoofdletter D: in het scherm gevolgd door een nummer van 01 tot 28. Door de【S】toets telkens kort in te drukken wordt door de instellingen gelopen. De eerste instelling is D:01 de tweede D:02 enz. Als u een instelling wilt wijzigen doet u dit met de ▲ of ▼ toets. Als u dit wilt bevestigen drukt u op de【On/Off】toets. Als u niets wilt wijzigen en het menu wilt verlaten drukt u op de【R】toets. De instellingen lopen van D:01 tot D:28.
Pas de instellingen 10 en 12 t/m 26 niet aan. Dit zijn fabrieksinstellingen.


Om de instellingen terug te zetten naar de fabrieksinstellingen houdt u de【M】toets ingedrukt als u in het instellingen menu zit.


D:01 Verwarmingselementen aan/uit schakelen
Er zitten 3 verwarmingselementen in de unit. Deze zijn bij 1 fase systemen alle 3 aangesloten op 1 fase en bij 3 fase verdeeld over de 3 fasen. In het Instellingen menu kunnen deze elementen per stuk worden aan- en uitgeschakeld. Ze kunnen ook allemaal uitgeschakeld worden als er bijvoorbeeld wordt verwarmd met CV.

D:1 =3 betekent 3 elementen zullen verwarmen
D:1 =2 betekent 2 elementen zullen verwarmen
D:1 =1 betekent 1 element zal verwarmen
D:1 =0 betekent alle elementen zijn uit


D:02 Temperatuur beveiliging
Als de ruimtetemperatuur meer dan 5℃ boven de ingestelde dagtemperatuur komt, schakelt de unit, middels klemmen 15 en 16 op de klemmenstrook, de verwarmingsbronnen uit. Met instelling D:02 kan de uitschakel temperatuur veranderd worden tussen de 3 en 9℃. De minimale uitschakel temperatuur is 30℃ en de maximale
40℃. Als de ingestelde koel modus temperatuur 28℃ is en in D:02 is gekozen voor 5℃, dan zal de beveiliging boven de 33℃ inschakelen. Als de temperatuur hierna onder de ingestelde koel modus temperatuur van 28℃ komt schakelt de beveiliging weer uit. De beveiliging heeft geen invloed op de werking van de unit, alleen de verwarmingsbronnen worden uitgeschakeld. Op het display zal wel een foutmelding worden weergegeven, nl
code 15 (zie ook de fout code-tabel).


D:03 Auto herstart na spanningsonderbreking
Als de spanning wordt onderbroken wanneer de unit aan staat en de spanning komt terug schakelt de unit standaard weer aan. Als u wilt dat na een spanningsonderbreking de unit uit blijft dient u de instelling D:03 te wijzigen.

D:03 = 0 betekent auto herstart is uit
D:03 = 1 betekent auto herstart is aan (dit is de standaard instelling)

Er wordt altijd een fout code gegeven bij een spanningsonderbreking, nl code 14 (zie ook de fout code-tabel).


D:04 Cool at Night (nachtkoeling) aan/uit
In deze parameter kan de nachtkoeling worden ingeschakeld.

D:04 = 0 betekent cool at night is uit (dit is de standaard instelling)
D:04 = 1 betekent cool at night is aan

Indien de Cool at night aanstaat en de nacht temperatuur is boven de ingestelde waarde gaat de unit in de nachtstand de ruimte naar de ingestelde waarde koelen. Als de ruimte onder de ingestelde waarde komt zal de unit gaan verwarmen. Deze functie kan nodig zijn bij een warm klimaat, een zeer goed geïsoleerde ruimte of andere niet uitschakelbare verwarmingsbronnen.


D:05 Pre-Heat (voorverwarming) aan/uit
In deze parameter kan de voorverwarming worden ingeschakeld (deze functie werkt alleen indien de timer modus is ingesteld).

D:05 = 0 betekent pre-heat is uit (dit is de standaard instelling)
D:05 = 1 betekent pre-heat is aan

Bij pre-heat ingeschakeld zal de ruimte een uur voor de dag (timer on) de ruimte opwarmen tot de ingestelde dagtemperatuur. De ruimte is dan bij aanvang van de dag al meteen op temperatuur. Los van het voordeel dat de dag temperatuur een jump start maakt voorkomt dit ook natslaan van koude delen waardoor schimmel wordt
gereduceerd of voorkomen.


D:06 Slow cool- down (naverwarming) aan/uit.
In deze parameter kan de naverwarming worden ingeschakeld (deze functie werkt alleen indien de timer modus is ingesteld).

D:06 = 0 betekent slow cool -down is uit (dit is de standaard instelling)
D:06 = 1 betekent slow cool- down is aan

Bij slow-cool down ingeschakeld zal de ruimte tot een uur nadat de dag is beëindigd de ruimte langzaam laten afkoelen.


D:07 Dual room (2 kamers 12/12 koelen) aan/uit
In deze parameter kan het koelen van 2 kamers om en om worden ingeschakeld.

D:07 = 0 betekent dual room operation is uit (dit is de standaard instelling)
D:07 = 1 betekent dual room operation is aan

Als de Dual room functie actief is rechts onder in het scherm het huisje zichtbaar. Om deze functie te kunnen gebruiken moet er een 3-wegklep, 2e temperatuursensor, eventueel een plenumbox en/of extern waterslot besteld worden.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate Plaatje 35

 

D:08 Alarm uitgang N.O. of N.C.

In deze parameter kan de alarm uitgang worden aangepast.

D:08 = 0 betekent N.C. Normally Closed (dit is de standaard instelling)
D:08 = 1 betekent N.O. Normally Open

Raadpleeg voor de juiste instelling de gebruiksaanwijzing van de aan te sluiten gsm melder of alarm.


D:09 Keuze waterklep

Er kan gekozen worden om de waterklep alleen te openen als er water gevraagd wordt, maar u kunt er ook voor kiezen om de waterklep alleen te gebruiken indien er een lekkage wordt waargenomen door de waterlekkagesensor. Door D:09 op 0 te zetten gaat de klep alleen open tijdens het koelen, als de optie 1 wordt gekozen staat de klep continu open en gaat alleen dicht bij een waterlekkage.


D:11 Hysterese van de temperatuur

Bij deze instelling kan de hysterese (bandbreedte) van de temperatuurregeling worden aangepast. Dit is het temperatuur verschil wat benodigd is om de compressor aan en uit te schakelen.

D:11 = 2 betekent de hysterese is 2 (dit is de standaard instelling)

De hysterese is in te stellen van 1 tot 4℃ in stappen van 0,5℃. Als de dagtemperatuur is ingesteld op bv 28℃ en de hysterese op 2℃, dan begint de unit te koelen bij 29℃ en stopt met koelen bij 27℃. Om de hysterese ook daadwerkelijk korter te maken moet de compressor rusttijd ook worden verlaagd (D:27)

 

D:27 Compressor rusttijd
Bij deze instelling kan de rusttijd tussen de compressor uit en de compressor aan worden aangepast.

D:27 = 15 betekent de rust tijd is 15 seconden (dit is de standaard instelling)
Deze optie kan gebruikt worden als in de tijd dat de compressor in rust is de waardes in de ruimte teveel veranderen.

 

D:28 Waterlekkage alarm aan/uit
Met deze optie kan het waterlekkage alarm aan- en uitgezet worden.
D:28 = 1 betekent het alarm staat aan
D:28 = 0 betekent het alarm staat uit

 


Inspectie/onderhoud


* Check regelmatig of alle koppelingen van de water aansluitingen nog goed aangedraaid zijn en of er geen lekkage is.


* Check regelmatig of er geen verdikking op de zwarte spoel (zwarte blok op de messingklep) van de messing magneetklep (waterslot) ontstaat. Bij een slecht (vochtig) contact kan de spoel te heet worden en uitzetten. Wanneer hier niets aan wordt gedaan kan despoel doorbranden en zal de magneetklep niet meer
open gaan.


*  De stoffilter op de achterzijde van de unit dient om de 10-12 weken gecontroleerd te worden op stof ophopingen. Wanneer er een laagje stof op de filter zit dient deze met een stofzuiger verwijderd te worden.


* Voor een goede werking dient het koolstoffilter om de 10-12 weken vervangen te worden. Dit is een essentieel onderdeel van de installatie en dient niet vergeten te worden. Wanneer dit niet wordt gedaan zal uw normale filter sneller doorslaan. Om het koolstoffilter te vervangen dient het stoffilter eerst verwijderd te worden.

 

Storingsanalyse en foutmeldingen


Indien de unit niet aangaat en de display van de afstandsbediening en de leds op de printplaat ook uit zijn, staat er waarschijnlijk geen spanning op. Het kan ook zijn dat de interne zekering is doorgebrand, deze zit naast de printplaat in een kunststof behuizing.


Als de unit niet aan gaat en er staat spanning op (led op de printplaat knippert en de display van de afstandsbediening geeft E:01) moeten waarschijnlijk 2 van de 3 fasen met elkaar verwisseld worden, welke van de 3 maakt niet uit. 

 

Als de zekering automaat er uit klapt als de unit gaat koelen is waarschijnlijk een verkeerde waarde of verkeerd type geïnstalleerd. Check de juiste gegevens bij de technische specificaties (pag. 12).


Als de unit vreemde geluiden maakt of slecht koelt kijk dan altijd op de manometer of de wijzer niet teveel rechts over het midden van het venster gaat en kijk of de water temperatuur niet over de 55℃ gaat. Mocht dit het geval zijn zorg dan dat de unit meer water krijgt en check of de wijzer op de manometer daalt. Regel hem vervolgens in zoals beschreven bij de paragraaf Inregelen


Als er water door het apparaat blijft stromen terwijl de unit uit staat kan het zijn dat de magneetklep verkeerd om gemonteerd is. Controleer het pijltje op de messing behuizing. Als er water uit de zijkanten van de unit druppelt heeft u een probleem met de condensatiewaterafvoer. Check met een waterpas of de unit genoeg afschot heeft (zie de paragraaf Montage). Het kan ook zijn dat de condensatie slang te veel bochten of een restrictie heeft.

 

Storingscodelijst


Error 01 = Meestal fasen gekruist (Reversal). Alleen voor de 15000 serie actief.

Er moeten waarschijnlijk 2 van de 3 fasen met elkaar verwisseld worden, welke van de 3 maakt niet uit.


Als de unit al heeft gewerkt zijn de fasen goed aangesloten, dan kan het zijn dat er een probleem is met de spanning (voltage). Dit wordt gecontroleerd door op het witte kastje boven in het elektrische compartiment te kijken welke led er brand.


Over voltage = Voltage te hoog (bij de pro2 modellen komt deze storing niet meer voor)
Low voltage = Voltage te laag
Phase loss = fase onderbroken
Reversal = fasen volgorde verkeerd (gekruist)
Normal = Fasen goed aangesloten en voltage correct

 

Error 02 = Condenswaterbak sensor

De unit staat niet genoeg op afschot volgens de gebruiksaanwijzing of de condenswaterslang zit verstopt of loopt niet goed af.


Error 03 = Afvoerwater temperatuur is hoger dan 57℃

Verschijnt de foutmelding wanneer de unit al een tijdje in gebruik is, dan stroomt er te weinig of geen water door de unit. De druk staat misschien te hoog ingesteld, deze mag maximaal 2,2MPa bedragen. Zie paragraaf Inregelen om de juiste doorstroom te krijgen.


Error 04 = Omgevingstemperatuur te laag

De unit staat in een te koude omgeving waardoor er gevaar voor bevriezing ontstaat. De ruimte waarin de unit zich bevindt moet warmer dan 4℃ zijn.


Error 08 = Waterlekkagebeveiliging actief

Er is een waterlekkage. Verhelp de lekkage en maak het uiteinde van de sensor droog. Bij dual room systemen is error 08 een probleem met de 2e temperatuur sensor.


Error 09 = Thermische beveiliging compressor is geactiveerd

De compressor verbruikt teveel stroom. Als na het resetten van de thermische beveiliging deze weer uitspringt, contact opnemen met de technische dienst. De thermische beveiliging zit links naast de printplaat in het elektrische compartiment.


Error 10 = Anti-vries beveiliging, de temperatuur van het koelblok is te laag

Als het koelblok kouder is dan 0℃ kan deze dichtvriezen. De unit stopt nu met koelen en gaat ontdooien. Waarschijnlijk stroomt er teveel water door de unit en heeft deze hierdoor te veel koelcapaciteit. De minimale druk is 1,3MPa, het kan zijn dat de druk iets verhoogd moet worden om de koelcapaciteit iets te verminderen. Zie paragraaf
Inregelen om dit te verhelpen. Ook kan de stof-/koolstoffilter verstopt zitten of de uitblaas is te krap (te weinig gaten of te dunne slang) waardoor de unit zijn koude niet kwijt kan.


Error 11 = Slechte koeling

De koeling is niet naar behoren. De condensator van de compressor kan defect zijn of een los contact hebben. Draai alle bedrading na. Controleer ook de druk op de manometer als de compressor niet loopt. Als deze te laag is, contact opnemen met de technische dienst.


Error 12 = Hoge druk protectie

Als deze foutmelding verschijnt stroomt er waarschijnlijk geen water door de unit, dit moet onmiddellijk opgelost worden, de unit kan zijn warmte niet kwijt en de druk van het koelsysteem zal telkens te hoog oplopen. Het kan ook dat de unit te weinig water krijgt zie paragraaf Inregelen om de juiste water doorstroom te krijgen. Wanneer er geen water door de unit stroomt en de kranen en de magneetklep staan open kan ook de warmtewisselaar verstopt zijn bij gebruik van bron of verontreinigd water. Check het zeefje in de inlaat.


Error 13 = Lage druk protectie

Check de manometer als de unit uitstaat. Is de druk lager dan 5 bar/0,5Mpa, neem contact op met de technische dienst.


Error 14 = Spanning onderbreking alarm

De unit is zonder spanning komen te staan. Dit alarm is alleen zichtbaar in de alarm geschiedenis onder in het scherm en geeft aan dat er een spanningsprobleem is geweest.


Error 15 = Hoge omgevingstemperatuur beveiliging actief

Pas wanneer de omgevingstemperatuur onder de ingestelde dagtemperatuur komt zal de unit de verwarmingsbronnen weer aanschakelen en zal het alarm verdwijnen.


Error 16 = Waterlekkage beveiliging actief

Er is een lekkage, de externe watersensor (draad van 5 meter met aan het einde 2 blanco draadjes) maakt contact met water en de water toevoer is afgesloten. Als het lek is verholpen dient u de【ON/OFF】toets in te drukken en zal de unit weer in normaal bedrijf gaan.


Voor overige foutmeldingen dient u contact op te nemen met Opticlimate Shop.

 

Optioneel bij te leveren


* Super isolator veren (trillingsdempers voor een extra stille ruimte). Deze dempers zijn exact berekend op het gewicht van de unit en zorgen voor bijna 100% contact isolatie. Deze isolatie waarde wordt met andere oplossingen uit een bouwmarkt nooit gehaald.


* Anti-vibratie platen (dempingsplaten voor extra stille ruimte), deze platen kunnen op de vlakke panelen van de unit geplakt worden om ook afgestraalde geluiden tot het minimum te beperken. De platen zijn zelfklevend.


* Aansluit set voor open water (sloot, gracht enz.) bestaande uit een gesloten warmtewisselaar systeem met glycol vulling (antivries) en pomp.


* Condensatiewater opvoerpomp van hoge kwaliteit. Opvoerhoogte tot maximaal 4 meter. Deze pomp wordt vaak gebruikt als er geen afvoer in de buurt is voor het condenswater of als de unit lager is geplaatst als de afvoer. Aansluiting PVC slang 9-12 mm.


* 3-Wegklep met servomotor en extra temperatuur sensor van 5 meter te behoeve van Dual room. Deze klep maakt het mogelijk om 2 ruimten 12/12 te koelen wanneer de Dual room functie is ingeschakeld. Elke ruimte heeft een eigen
sensor en de sensoren volgen de ruimte waar de koeling actief is. De hoge temperatuur beveiliging zal voor beide ruimten tegelijk actief zijn.

 

* Externe waterlekkage beveiliging. Als er gebruik wordt gemaakt van de Dual room functie, komt de waterbeveiliging van de unit te vervallen. De externe watersensor is dan aan te raden.

 

* Plenumbox. Deze box kan achterop de unit geplaatst worden zodat de unit buiten de ruimte geplaatst kan worden. Op de plenumbox kunnen 1 tot 3 slangen worden aangesloten om de warme lucht uit de ruimte te zuigen.

 

Download de Gebruiksaanwijzing Optilcimate hier.

 

Gebruiksaanwijzing Opticlimate